Week 23: Amazone

Afgelopen maandag en dinsdag voor de laatste keer naar La Hesperia geweest om mijn koffer op te halen en afscheid te nemen van iedereen daar. Kokkin Elsa had zelfs nog een taart voor mij gebakken, heel tof! Dinsdagmiddag arriveerde na 2,5 uur wachten mijn taxi naar Quito, bye bye La Hesperia, tot ooit!

Donderdagochtend weer vroeg opstaan om naar El Aeropuerto Internacional Mariscal Sucre de Quito te gaan. Hier vertrok om 09:00 mijn bescheiden propellervliegtuig naar Lago Agrio. De vlucht was zeer aangenaam en was met slechts 35 minuten vliegen korter dan ik had verwacht, ik had amper 4 muzieknummers geluisterd toen werd aangekondigd dat we spoedig landden in Lago Agrio. Lago Agrio is de hoofdstad van de provincie Sucumbíos en heeft ongeveer 58.000 inwoners. De belangrijkste industrie is de olie-industrie. Nueva Loja, zoals Lago Agrio ook wel wordt genoemd, huisvest dan ook veel Amerikaanse werknemers van Texaco. Meteen viel op hoe warm en vochtig het er was, zeker in vergelijking met het koude, hoge Quito. Op het vliegveld (wat niet meer dan een landingsbaan met wachtruimte was) werd ik opgepikt door een taxi die mij naar het reservaat van Cuyabeno bracht. De beste taxichauffeur dacht dat hij Max Verstappen was (gelukkig niet zijn vader Jos ”grindbak”’) en reed lekker 100 waar hij eigenlijk 45 mocht. Onder het genot van een 130 bpm acid techno mix was dit ook eigenlijk wel prima. Verder bleek dat men het hier gemakkelijker vond om verkeersborden te plaatsen die aangaven dat de helft van de weg verdwenen was, dan om dat laatste stukje weg te asfalteren. Twee uur later stond de hyperactieve maar enthousiaste gids José Miguel Carrillo mij al op te wachten bij het ontmoetingspunt in Cuyabeno, samen met een Italiaans stel, Andrea en Martina. In zo’n 2 uur per motorboot gingen wij over de rivier naar het grote meer waar alle lodges zich bevinden, de Laguna Grande. Dit terwijl onze Engels sprekende gids ons meer vertelde over de geschiedenis van Cuyabeno. De Laguna Grande, waar op dat moment 3-4 meter water stond, kan in het droogseizoen volledig droog komen te liggen. Hier werden wij direct verwelkomd door Grote Ani’s, Peruaanse kapucijnapen, doodshoofdaapjes en het geschreeuw van rode brulapen. Het laatste halfuur van de reis was regenachtig maar goed uit te houden met behulp van een overdreven grote poncho. Aan het begin van de avond arriveerden wij in de Bamboo Lodge, waar ik een vijfdaagse tour had geboekt.  De lodge was schoon en erg comfortabel, het eten heerlijk en er was stroom om telefoon en zaklamp op te laden en warm water om te douchen. Diezelfde avond zijn we op pad geweest in het regenwoud voor een wandeling. Hier meteen al wat toffe kikkers gezien en gehoord, alsmede grote spinnen. Ook rondom de lodge wemelde het van de kikkers, in het bijzonder de grote Osteocephalus taurinus, die vaak op je badkamer was te vinden. De volgende dag zijn we de hele dag met een kano op pad geweest. Omdat we op dat moment nog enkel met ons drieën en gids Miguel waren, heeft hij ons naar een Laguna gebracht waar normaal geen toeristen komen. Onderweg zagen wij hoatzins, zwartrugtamarins en Miller’s Saki’s. Vooral die laatste zien er echt bizar uit (google maar). Dichtbij de Laguna aan land gegaan en gewandeld in het bos, waar we nog voetafdrukken van een tapir (die net zo groot zijn als een klein paard) zagen en een paca (een soort grote cavia) wegvluchtte. Na in het bos geluncht te hebben, keerden we terug naar de lodge. Echter sloeg het weer finaal om en begon het, terwijl wij midden op het meer aan het peddelen waren in onze kleine kano, keihard te regenen en te onweren. Door de regen begonnen er golven te ontstaan in het meer en was het een lange weg terug naar de lodge, maar wel echt een avontuur! ’s Avonds klaarde het op en hebben wij genoten van een mooie zonsondergang. Dit was ook het moment dat we voor het eerst twee Orinocodolfijnen (Inia geoffrensis) zagen! Deze meer dan twee meter grote dolfijnen met een grijs/roze kleur kwamen om de paar minuten boven water om lucht te happen (het blijven zoogdieren), het geluid van het water uit het spuitgat was goed te horen. Heel bijzonder! Ook kwamen af en toe hele grote vissen, waarvan ik eerst dat dacht het dolfijnen waren, boven water spetteren. Dit bleken Arapaima’s, de grootste geschubde zoetwatervis ter wereld (3 meter lang en tot 200 kg), te zijn! ’s Avonds zelf rondom de lodge nog even op pad geweest, gewapend met zaklamp, en daar nog een grote gekko gespot. De volgende ochtend weer om 05:45 het meer op om te genieten van de zonsopkomst. Tijdens het ontbijt, waar geelhandspringaapjes ons kwamen bekijken, werd onze groep uitgebreid met een Frans en Hongaars stel. Die middag zijn we met een motorboot op pad geweest om dieren te spotten en hebben we ook nog een flinke wandeling in het bos rondom de lijn van de evenaar gemaakt. Hier zagen we onder andere oranjevleugelamazone’s, een papegaaiensoort, en roestrugoropendola’s. Na deze uitdagende wandeling door de moerassen in het bos hadden we een uur of twee om even uit te rusten in de lodge. Na het avondeten zijn we met motorboot de Laguna opgegaan om kaaimannen en slangen te spotten. De lens van de ogen van deze dieren reflecteert het licht waardoor ze goed te vinden zijn. In het meer zagen we drie brilkaaimannen en een tuinboa (zie video). Deze waarnemingen betekenden dat de grens van 100 gespotte soorten reptielen en amfibieën in Ecuador was overschreden. Geweldige avond! Zondag moesten we helaas afscheid nemen van onze gids Miguel, hij moest terug naar de beschaving, en kregen we gids Elvis als vervanger. Ook gingen wij vandaag naar de inheemse bevolking, de Siona. Onderweg had ik heel veel gezeurd bij Elvis dat ik nog heel graag de zwaarste slang ter wereld, de Anaconda, zou willen zien. En alsof het zo moest zijn, had hij een uur later een juveniel langs de waterkant gespot, prachtig! Onderweg zagen we ook nog zwarte moerasschildpadden, een toro (een soort boomrat) en langneusvleermuizen. Aangekomen in het Siona dorp, wat overigens modern oogde met zonnepanelen en verkiezingsposters, gingen we eerst samen met Gabi, een Siona-vrouw, yucca maken. Het hele proces, van het uit de grond trekken van de wortels, het raspen, het ontwateren en het bakken kwam voorbij, best lekker was het. Met een goedgevulde maag vervolgens nog even gevoetbald in de brandende zon. Gids Elvis heeft ons toen geschminkt met wat veelbetekenende symbolen (ik was een spin, tja, hij kan mij alles wijsmaken), om zo mooi voor de dag te komen voor onze ceremonie met de Siona sjamaan (zie video). Deze sjamaan vertelde over het gebruik van Ayahuasca, zijn rol als sjamaan in het dorp en gaf een clinic blaaspijp schieten. Als ik net zo goed kon darten als dat hij kon blaaspijp schieten, was Phil Taylor geen 16x wereldkampioen geweest. Op de terugweg naar de lodge kwamen wij langs een wespennest van zogenaamde ”Marching wasps”. Bij bedreiging (in dit geval ons geschreeuw), maken de wespen een geluid vanuit het nest wat klinkt als een marcherend leger soldaten in Nazi-Duitsland, heel apart. ’s Avonds was er de gelegenheid om een frisse duik in het pikzwarte water van de Laguna Grande te nemen. Het water was ”zwaar” waardoor je je niet heel snel kon bewegen mocht je een anaconda onder je voeten voelen glijden. Desalniettemin was het water niet al te koud en was het een bijzonder idee om te zwemmen in een onderwater gelopen bos. ’s Avonds wederom kaaimannen gespot. Maandagochtend zijn we ’s ochtends vroeg nog een laatste keer op pad geweest met de motorboot langs de rivier, waar we nog een capucijnluiaard zagen. Een mooie afsluiter van een paar geweldige dagen. ’s Avonds keerde ik weer terug in het hostel in Quito, waar ik nu een paar dagen zal doorbrengen alvorens terug te keren naar Holanda! Op een paar stiekeme plannetjes na ga ik lekker uitrusten voor de lange reis terug.

Dit betekent ook dat het avontuur er helaas weer op zit. Bedankt voor het lezen van de blog en de leuke feedback! Volgens het patroon zal er over 5 jaar in 2024 een nieuwe blog verschijnen.

Hasta la pasta en tot over een paar dagen!

Week 22: Chocó

Afgelopen zondag nog even langs La Hesperia geweest om kleren te wisselen om vervolgens maandagochtend af te reizen naar Reserva Tesoro Escondido (in de provincie Esmeraldas) in de Ecuadoriaanse Chocó. De Chocó is een regio gelegen in het noordwesten van Ecuador. De biodiversiteit in de bossen ten westen van de Andes is echt ongelooflijk hoog. Helaas is er nog maar zo’n 3 procent over van het oorspronkelijke regenwoud, de rest is omgezet voor landbouw, palmplantages of gekapt voor hout. Reden genoeg dus om er een paar dagen te spenderen nu het nog kan!  Eerst met de bus naar Santo Domingo, toen een 6 uur-durende busrit naar Las Golondrinas, waar Nicholas (een student uit Quito) en Henry (de coördinator van bezoekers van het reservaat) mij al op stonden te wachten. Toen hebben wij met de Jeep de bewoonde wereld achter ons gelaten en arriveerden wij 2,5 uur later in het dorpje Hoja Blanca.  Het was gedaan met het telefoonbereik. Toen moesten we nog een uur een heuvel oprijden, toen we bij een accommodatie voor de parabiologen van het reservaat aankwamen. Nog twee uur wandelen door de hitte, regen en blubber, inmiddels was het donker, en wij arriveerden bij onze accommodatie voor de komende dagen. Een kleine boerderij gerund door een boerenfamilie. Ik ben echt nog nooit op zo’n afgelegen plaats geweest. Er was amper elektriciteit en geen warm water. Ook kwam ik er direct achter hoe gruwelijk agressief de muggen en knutjes op dit moment waren (het is in dit deel van Ecuador nu ook regenseizoen), ik werd vrijwel direct helemaal kapotgestoken, gelukkig sliep ik onder een klamboe. Helemaal kapot van de reis, ben ik lekker naar bed gegaan. De volgende ochtend, dinsdag, stond er een wandeling op het programma. Na ongeveer 3 uur wandelen arriveerden we bij een waterval, waar we onze eigen limonade hebben gemaakt. Het water uit de rivier was zo schoon, dat zelfs ik het zonder problemen kon drinken. Onderweg natuurlijk ook nog mooie dieren gespot. ’s Avonds als een echte keukenprinses een klein beetje geholpen met het bereiden van bollos, een soort vleesgerecht. Hierdoor weer veel energie gekregen om ’s avonds met de rest op pad te gaan voor een wandeltocht door de rivier, op zoek naar leven. Wat een diversiteit aan planten en dieren, echt onvoorstelbaar. Na drie uur wandelen restte er nog een laatste hindernis, het beklimmen van een verticale waterval zo’n 10 meter hoog, doodeng vond ik het maar flink wat kruisjes geslagen en niemand is gelukkig naar beneden gevallen. Het meest bizar vond ik de vondst van een wormsalamander, een pootloos amfibie dat meer weg heeft van een penis dan van een dier en waar je even goed moet kijken welk uiteinde nou het hoofd is. Deze dieren leven het grootste deel van hun leven ondergronds en worden dus maar zelden gespot! Na in totaal zo’n tien uur die dag te hebben gelopen, was ik echt gesloopt. Woensdag ben ik met Yasela, zij runt samen met Patricio de boerderij, de hele dag op pad geweest. Toen bleek dat het reservaat met meer dan 2000 ha erg groot is. Het was waarschijnlijk één van de meest zware wandeltochten die ik ooit heb gedaan, maar het was het waard. Uren en uren wandelen door regen, hitte, steile modderstromen omhoog en omlaag, door rivieren, prachtige bossen, op pad naar een plek waar het nest aanwezig was van een mythisch dier, de harpij (Harpia harpyja). Deze vogel behoort tot de grootste arenden ter wereld en grijpt met zijn gigantische klauwen apen en luiaards uit de bomen. Gewapend met een verrekijker en eten, Yasela had lunch voor ons meegenomen (heee rijst, verrassend), hebben we ongeveer een uur deze machtige vogel vanuit een meegenomen hangmat bewonderd, wat een prachtbeest! Onderweg kwamen we nog een drietal apensoorten tegen, bruinkopslingerapen (Ateles fusciceps fusciceps), welke tot de 25 meest bedreigde apensoorten ter wereld behoort, Ecuadoriaanse mantelbrulapen (Alouatta palliata aequatorialis) en witschouderkapucijnapen (Cebus capucinus). Donderdag een klein beetje rustig aan gedaan, nog lekker naar de rivier geweest om de glaskikkers met eieren overdag te bekijken. Ook zag ik nog een jonge basilisk (Basiliscus galeritus) over het water rennen, dit fenomeen had ik tot dan toe nog nooit gezien. Door deze eigenschap worden deze dieren ook wel Jezus Christus-hagedissen genoemd, fantastisch om een keer in het echt te zien! Toen ik ’s middags in de hangmat een boek lag te lezen, zag ik overal grote mieren lopen (de muren zagen er zwart van en ze zaten ook op mijn bed), enigszins geschrokken vroeg ik aan Yasela wat deze mieren hier kwamen doen. Zij vertelde dat deze op rooftocht waren door het huis om alle insecten op te ruimen, en zolang je ze niet stoort, ze niets doen en weer vertrekken. Het moesten er wel honderdduizenden zijn! En inderdaad, na 3 uur was er geen enkele mier meer te bekennen, heel indrukwekkend. ’s Avonds nog een laatste keer met Danny, een jonge parabioloog, op pad geweest en nog een slang gespot. De volgende ochtend was het weer tijd om terug te keren naar de stadse beschaving. Na van iedereen afscheid te hebben genomen vertrok ik om 6 uur in de ochtend  samen met Pato. Na alle activiteiten van de afgelopen dagen viel de twee uur durende tocht door modder en regen erg zwaar. Omdat de Jeep dit keer niet aanwezig was, was het tijd om achterop de motor van Pato te klimmen. Het ging steeds harder regenen. De drie uur durende motortocht door de de heuvels in de jungle was kletsnat, hobbelig en flink afzien. Omdat we eerst geen helm hadden was dit ook niet helemaal zonder gevaar, daarna gelukkig wel met helm op. In Los Golondrinas de bus gepakt naar Puerto Quito, daar de bus gepakt naar Quito en in de avond weer wedergekeerd. Wat was het een avontuur! Enerzijds was er in het reservaat aan voorzieningen bijna niets, waardoor je soort van gedesoriënteerd raakt omdat je dit niet gewend bent, anderzijds betekent dit wel onaangetaste natuur en dan begrijp je meteen wat het allemaal oplevert. Aankomende maandag en dinsdag voor de laatste keer naar La Hesperia voor het pakken van de spullen, evaluatie, etc. Daarna is het tijd voor een bezoek aan het regenwoud ten oosten van de Andes, el Oriente, oftewel de Amazone, waar ik het wildlife reservaat van Cuyabeno zal bezoeken.

Hasta la pasta!

Week 21: Galápagos

Het was vrijdagochtend 1 februari vroeg uit de veren, want de Galapagoseilanden stonden op het programma! Het vliegtuig van TAME vertrok zonder problemen om 09:00 en even later maakten wij een tussenlanding in Guayaquil waarna het vliegtuig na 40 minuten weer opsteeg om vervolgens om 11:30 lokale tijd te arriveren op Baltra Island op de Galapagos. Van daaruit pakten wij eerst een bus en toen de watertaxi (waar de zeeleeuwen ons al zaten op te wachten)  naar het ”vasteland” van Santa Cruz. Nog een bus verder arriveerden wij in Puerto Ayora. Tijdens de busrit viel het op dat Santa Cruz veel verschillende landschappen kent, van bos tot cactuslandschap tot strand, niets is te gek. Na de busrit viel het op dat het belachelijk heet is op de Galapagoseilanden. Gelukkig had Hostel Insular airconditioning. Ondanks de hitte meteen de omgeving van Puerto Ayora verkend, waaronder de eerste ontmoeting met zeeleguanen (deze dieren hebben speciale zoutklieren in hun neus, waarmee ze het zout ”uitniezen”), het verkennen van Laguna las Ninfas (waar helaas niet gezwommen mocht worden) en een bezoek aan Tortuga Bay met het adembenemende Playa Mansa. Bij Playa Mansa ook een kleine zwartpunthaai gespot, waarna de strandwacht om 17:00 aangaf dat het tijd was voor alle bezoekers om te vertrekken. Ze beschermen op Galapagos hun kostbare natuur tot in de puntjes (om überhaupt op de eilanden te komen, betaal je als toerist $ 120 entree, als Ecuadoriaantje $ 3) . De volgende dag wederom vroeg opstaan om de speedboot van Santa Cruz naar Isla Isabela te pakken. Afgezien van een meisje dat moest overgeven in een vuilniszak, verliep de vaartocht prima en werd Puerto Villamil na ongeveer 2 uur bereikt. Puerto Villamil bleek nóg rustiger dan Puerto Ayora. Na de spullen in Hostel Seymour gedropt te hebben, meteen de tour van de volgende ochtend, die van Los Tuneles geboekt. Daarna lekker gesnorkeld in Concha de Perla, een lagune met zeeleguanen, zeeschildpadden, zeeleeuwen, haaien, pinguïns, je kunt het zo gek niet bedenken. De zeeleeuwen liggen overigens gezellig samen met de bezoekers op de houten vlonder. De meeste dieren op Galapagos blijken geen enkele angst voor mensen te hebben. Na het snorkelen lekker even op bed gelegen in het hostel, om vervolgens via enkele lagunes met flamingo’s te arriveren bij Centro de Crianza Arnaldo Tupiza. Dit centrum helpt bepaalde soorten van de Galapagosreuzenschildpad een handje door ze in gevangenschap te kweken en weer in het wild uit te zetten, waaronder Chelonoidis guentheri, een schildpad met ”zadelrug” die bedreigd wordt door vulkaanuitbarstingen en exoten zoals ratten en varkens. De volgende ochtend was het tijd voor Los Tuneles. Onder begeleiding van een snorkelgids hebben wij hier zeepaardjes, Galapagoshaaien, karetschildpadden, blauwvoetgenten (boobies!) en Galapagospinguins gespot. Geweldig! Voor maandagochtend had ik een wandeltour geboekt naar de krater van de Sierra Negra (met een caldera van zo’n 9 km breed) vulkaan, welke in juni vorig jaar nog is uitgebarsten. De wandeltocht van 16 km door Mars-achtig landschap bleek niet voor iedereen (waaronder een overgewichtige Rus) bestemd, maar iedereen uit de tourgroep had hem netjes afgemaakt. Tussendoor ook nog enkele avonden gezocht naar een paar gekko’s van Galapagos en tussen al het exotengeweld van Lepidodactylus lugubris en Hemidactylus frenatus toch nog de endemische Phyllodactylus galapagensis kunnen vinden. Dinsdagochtend weer teruggekeerd naar Santa Cruz met de boot van 6 uur (veel te vroeg), dit keer was ik zelf wel kotsmisselijk, maar gelukkig niet hoeven barfen. Omdat ik pas om 13:00 (ik was er al om 08:00) kon inchecken in mijn hostel, had ik besloten om Reserva El Chato te bezoeken. Een ”open” reservaat met lavatunnels en ”crossing” voor wilde reuzenschildpadden. Omdat het die ochtend al erg warm was, heb ik heerlijk in het gras gezeten en de oude reuzen van een kleine afstand bewonderd. Eten werd gedaan in een straat net iets buiten het centrum van Puerto Ayora, waar overdag auto’s reden en ’s avonds deze auto’s plaatsmaken voor tafels en stoelen, heel apart! Voor de laatste dag op Galapagos, woensdag, wilde ik erg graag naar Isla Plaza Sur om de landleguanen van Galapagos te zien. Helaas bleken alle tours naar dat eiland al vol te zitten. Er was nog één laatste optie, een tour die niet alleen maar Isla Plaza Sur aandeed, maar ook Isla Santa Fe (met nóg een leguanensoort). Vanwege deze uitbreiding was de tour wel tweemaal zo duur. Ondanks dat mijn portemonnee erg verdrietig was, heb ik het gewoon gedaan, want ”fuck it, nu ben ik in Galapagos”, dacht ik. De laatste volle dag in Galapagos werd ik 40 minuten te laat (het blijft Ecuador) opgepikt bij mijn hostel voor de trip naar de kleinere eilanden. Met de watertaxi werd de groep naar een belachelijk luxe jacht gebracht. Wauw! Hapjes, bedden, badkamers, niets was deze boot te gek. Het personeel stond altijd klaar om wat koude handdoeken in je nek te leggen of indien je het zou vragen, je kont af te vegen. Zonder gekheid, het was bijna oncomfortabel luxe. Maar het belangrijkste was dat het een geweldige dag was met aardige rijkelui en mooie dieren. Vooral Isla Plaza Sur was een klein eiland, niet ver van de kust van Santa Cruz, maar vol met leven! Isla Santa Fe werd omringd door een azuurblauwe baai, waar wij ook nog even in hebben gesnorkeld. Een ongelofelijke afsluiter van deze Galapagostrip. Ik kan dan ook een ieder aanraden om eenmaal in zijn of haar leven deze bijzondere archipel te bezoeken. Dondermiddag weer het vliegtuig terug naar Quito. Van een beetje turbulentie is nog nooit iemand doodgegaan, de krappe beenruimte was wel een stuk minder. De stoelen in het vliegtuig waren duidelijk niet ontworpen voor ons Europeanen. In deze editie ook nog sfeerbeelden van de Galápagos (zie hieronder).

Up next, de Chocó!

Hasta la pasta!

Week 19 & 20: el uno a sus muertos, es otro su pan

Onvoorstelbaar, de vijf maanden stage in La Hesperia zitten er op! De afgelopen twee weken ben ik nog een laatste paar keer naar de Cloud Forest geweest om mijn veldwerk af te ronden. Het dode paard aldaar is inmiddels een feestmaal voor gieren geworden. Het weekend daarna was het vooral vierkante ogen krijgen van het werken aan het onderzoeksrapport op de computer. Met trots kan ik melden dat deze inmiddels is afgerond en dat het echte genieten kan beginnen. Om even stoom af te blazen (giggedie giggedie) heb ik afgelopen weekend gespendeerd in eco-lodge Hostería Kasadasa, in Santo Domingo, vergezeld door een Ecuadoriaanse jongedame, genaamd Estefanía. Bij aankomst wilde ik even een pipi machen en toen ik de toiletbril ophees, zag ik tot mijn grote verwalging dat het personeel vergeten was voor onze aankomst de closetpot schoon te maken en dat deze compleet ondergescheten was. Na meteen bij de manager geklaagd te hebben, konden we terecht bij de nabijgelegen kamer, welke gelukkig brandschoon was. Ook kregen we onze ”almuerzo”, Ceviche de pescado, voor nop. Het was een heerlijk ontspannen weekend als beloning op het harde werk van de afgelopen tijd. Ondanks dat ik nog een tweetal keer zal teruggaan naar La Hesperia om kleren te wisselen, staan de komende weken een paar mooie reizen op de planning. Up next, Galápagos!

Hasta la pasta!

 

 

Week 18: payasos y computadoras

Hola guapos y guapas,

Het was weer een heerlijk weekje. De week ving aan met de komst van twee vrouwelijke vrijwilligers, de goedlachse Veronica uit Cambridge, Engeland en sociale Valentina uit Bogotá, Colombia (voor jou een welbekend land Ariët). Daar is eergisteren Amerikaanse Ray bijgekomen, het wordt dus weer internationaal gezellig.

Zoals vermeld in de vorige blog de komende weken veel bezig achter de computadora, bezig met gegevens verwerken van het onderzoek.

Toch ook nog lekker buiten wezen spelen. Zondag met Silvan nog de Bamboo trail gelopen, daarna vonden we de gevreesde fer-de-lance toen we nog even wat wifi wilden pakken.  Dinsdagavond had ik Enrique zo gek gekregen om met mij in het donker het onderste deel van de San Nicolas, een stroompje vergelijkbaar met de Tupí, te verkennen. Ingmar gebruikt deze rivier ook voor zijn onderzoek. Zoals verwacht leverde het onderste gedeelte van de rivier niet heel veel leuke dieren op, rondom dit gedeelte wonen mensen die de rivier als dumpplaats voor hun uitwerpselen en ander afval gebruiken. Donderdagavond nog met Alejandro, Diego, Silvan en Valentina naar camping 2 gegaan op de top. Wederom met dezelfde jeep als de vorige, succesvolle, modderachtige keer maar ditmaal met de 4×4 op standje ”aan” (Alejandro dacht de vorige keer dat deze aanstond, wat achteraf niet zo bleek te zijn). Maar het ging dit keer als een tiet en 30 minuten later waren we boven! Helaas waren er niet alleen maar levende dieren te vinden…..

Het weekend werd in Quito gespendeerd, niet veel bijzonders gedaan, beetje skypen en ongezond eten. Voor de terugweg naar La Hesperia op zondag moest ik twee dollar (wat veel geld is hier in Ecuador) meer betalen, wat ik op zich al vreemd vond, voor de busreis richting Santo Domingo (op het kaartje stond Santo Domingo EXTRA, het enige wat ik extra had, was reistijd en discomfort). Toen we na een uur Quito nog steeds niet uit waren, ging er een lampje branden, we gaan via San Miguel de los Bancos, een complete omweg bovenlangs dus. Op zich niet erg, wat extra reistijd, ware het niet dat mijn buurman medereiziger nogal overgewichtig was en het nodig vond om mijn Hollandse schouder als TEMPUR-kussen te gebruiken. Het plan was om rond 17:00 uur weer terug te zijn in La Hesperia, het werd uiteindelijk 23:00 uur. Achteraf bleek dat de reguliere Via Aloág een tijdje was afgesloten, alle bussen dus werden omgeleid en dat het niet mijn eigen stomme fout was.

Omdat het bovenste gedeelte van de San Nicolas rivier niet alleen maar uit menselijke poep en afval bestaat, ben ik maandagavond met Enrique, onze Jeep-bestuurder (geen idee hoe hij heette), Veronica en Silvan naar dat gedeelte gegaan. Hier was het wel raak, een leuke slang en een nieuwe kikker, finally!

Hasta la pasta!

Week 16 & 17: Tortugas y fuegos artificiales

Allereerst natuurlijk feliz año nuevo en de beste wensen voor dos mil diecinueve! Ik zou graag in deze blog willen zeggen dat we de afgelopen twee weken ontzettend veel gedaan hebben, maar dat doe ik niet want we hebben werkelijk geen ene kokosmakroon uitgevoerd. Lekker tien dagen op het strand gehangen en iedere dag uit eten geweest. Wat een heerlijke vakantie. Tussendoor nog wel een paar keer Montañita verlaten voor een fietstocht naar Olón en een busreis naar Machalilla National Park. Dit park staat bekend om zijn dry forest, bultruggen en het nabijgelegen ”Poor-mans Galápagos”, Isla del Plata. Het was hier heel droog en bloedheet. Ook zijn we hier naar Playa de los Frailes geweest, volgens sommigen het mooiste strand van de westkust van Zuid-Amerika. Oud en Nieuw stond daarna voor de deur. Het was een bijzondere ervaring om deze op het strand te vieren. Warmte, golven, surfers, strand, ontspanning, zeg maar alles wat Nederland in de winter niet heeft. Toch mis je ook wel een beetje de donkere dagen tijdens Kerst en het samenzijn met familie, maar die kan ik in ruil voor een warm strand best wel een jaartje missen (geintje moeders). Het strand was op 1 januari bezaaid met dronken en gedrogeerde mensen en surfers die ”de eerste golf” pakten. Ook waren er verschillende kampvuren. De dagen na Oud en Nieuw lekker uitgebrakt en afgelopen woensdag keerden wij na een 13 uur durende busrit weer terug op La Hesperia. Iedereen is nu bezig met het afronden van het veldwerk en zijn onderzoek. Eergisteren nog met Alejandro (en zijn geleende jeep) en Silvan (een nieuwe vrijwilliger uit Zwitserland) naar camping 2 gegaan. Dit verliep zoals we gewend zijn niet zonder problemen. Tot driemaal toe kwam de jeep vast te zitten in de modder op de berg in het nevelwoud. Duwen, trekken en vloeken. In het donker, met potentiele beren en poema’s wachtend op hun kans voor een lekker spareribje. Maar gelukkig hebben we het overleefd. De komende weken druk bezig met de verslaglegging.

Hasta la pasta!

 

 

Week 15: Vamos a la playaaa

Deze vijftiende week ging weer rapido. We zijn de week begonnen met een vervroegd kerstdiner georganiseerd door Alexandra waar het personeel ook aanwezig was. De rest van de week nog een paar keer op pad geweest waaronder een keer ’s nachts met Danny, hier vonden wij nog een erg mooie slang.

Omdat een Ecuadoriaanse Kerst niet compleet is zonder zon, zee en strand, zijn wij afgelopen zondag afgereisd naar Montanita. Ondanks dat we om 9 uur vertrokken met de bus, kwamen wij twee taxi’s en een bus later, vanwege de vakantiedrukte pas om middernacht in ons hostel aan. Toch mogen wij niet klagen aangezien onze laatste taxichauffeur al 20 uur niet had geslapen en zichzelf telkens in het gezicht moest slaan om wakker te blijven. Het is dus al een wonder dat we überhaupt hier zijn aangekomen.  Ons hostel ligt op loopafstand van het strand en het centrum, ideaal! Ook is deze plaats erg toeristisch waardoor je gretig gebruik kan maken van alle lekkere eettentjes en clubs. De avond voor Kerst hebben wij het nachtleven van Montanita verkend en zijn we onder andere nog in de Lost Beach Club geweest. Ook zullen wij hier in Montanita Oud & Nieuw gaan vieren. Machalilla National Park staat nog op de planning, maar ik denk dat het vooral veel relaxen op het strand gaat worden. Enfin, de video’s en foto’s spreken voor zich.

Hasta el próximo año en zoals sommige nachtegaaltjes zingen: Feliz Navidad!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Week 13 & 14: Pinocchio

Deze editie weer twee voor de prijs van één. De afgelopen tijd zijn zo’n beetje alle vrijwilligers weggegaan, met uitzondering van Jack en Jessica, die over een paar dagen vertrekken. Daarna zullen het dus weer als vanouds de vier musketiers en Alejandro zijn.

De dinsdag in week 13 ons visum verlengd, dit verliep gelukkig allemaal probleemloos. De woensdag daarna weer wezen kamperen, ditmaal zonder Danny en met Kirsten (een vrijwilliger uit Schotland) en Kritika (een vrijwilliger uit India), daar in de cloud forest weer een paar geweldige dieren gespot, waaronder een Pinocchico-kikker en een nieuwe glaskikker met rode stippen. Het weekend daaropvolgend niet heel veel bijzonders gedaan.

Afgelopen week ben ik samen met Kirsten nog op pad geweest om het onderste gedeelte van de Tupí te gaan verkennen in het donker, wat zoals elke nachttrip weer supertof was om te doen. Afgelopen donderdag hebben we met alle vrijwilligers en wat personeel rond de fogata (kampvuur) brood en marshmallows geroosterd en gedanst onder het genot van een goudgele rakker.

Afgelopen weekend stond de Christmas Count (vogeltelling) in Mindo op het programma. Hier waren wij door Sandra, een vogelaar met een eigen tour-bedrijf in Mindo (Mindo Bird Paradise Tours), bij ons vorige bezoek aan Mindo voor uitgenodigd. We verbleven dit weekend in Septimo Paraiso, een prachtige eco-lodge met zwembad. Het verblijf was allemaal door Sandra geregeld, hier hadden wij dus vies mazzel mee. Super bedankt Sandra! Zaterdag stond de telling op het programma en met de hulp van enkele schoolkinderen begonnen wij om 5 uur ’s ochtends met het vogelen. In de middag was een verfrissende duik in het zwembad datgene wat voor de ultieme ontspanning zorgde. Op een gegeven moment, terwijl ik in het zwembad lag, leek het alsof er een hele grote vrachtwagen voorbij kwam razen omdat alles trilde. Daarna besefte ik dat de autoweg te ver weg was om zoveel lawaai te horen en dan het een kleine aardbeving was! Die avond zijn we nog met gids Franklin op pad geweest om het andere ”liegende” koudbloedige wezen dat Ecuador rijk is, de Pinocchio-anolis, te zoeken, en dit was gelukt! Al met al een geweldig weekend gehad.

Hasta la pasta!

 

 

 

 

 

Week 12: Ben Klock

Alweer drie maanden in Ecuadorrrrr, wat vliegt de tijd! Omdat de 90 dagen van ons toeristenvisum er bijna op zitten, is het tijd om dinsdag het visum te verlengen in Santo Domingo, hopen dat dit allemaal soepeltjes verloopt.

Woensdag stond er een grappige dag op het programma. De kinderen uit het dorp kwamen een ochtend langs in het reservaat voor een educatieve rondleiding georganiseerd door alle volunteers. Het was de taak van ons onderzoekers om de kinderen (variërend van 5-12 jaar oud) op een leuke manier (in het Spaans!) wat te vertellen over de dieren waar wij onderzoek naar deden, wat volgens mij best aardig lukte. Toch was het wel duidelijk wie van ons allen het beste met de jonge Ecuadoriaantjes om kon gaan, Ingmar. De ochtend werd afgesloten met een voetbalwedstrijd (jongens vs. de meisjes). ’s Avonds nog met Kirsten en Lea, twee vrijwilligers uit Schotland en Duitsland, de Tupí opgeweest en daar nog wat leuke waarnemingen gedaan.

Donderdag zijn Huub en ik na de lunch vertrokken naar Quito. Na een belachelijk overdreven hoeveelheid eten van de McDonalds, even uitgerust in het hostel om ons op te laden voor het feest waar we voor naar Quito waren gekomen. Ome Ben (Ben Klock, een techno-dj uit Duitsland) was op tour door Zuid-Amerika (hij was de avond ervoor in Colombia) om de latino’s en latina’s eens even te laten zien en horen hoe wij Europeanen een technofeestje bouwen. Donderdagavond kwam hij langs in Quito. Het feest vond plaats in club Bassick, gelegen bij de kabelbaan (Teleférico) van Quito, en was compleet uitverkocht. Een lokale dj warmde de ongeveer 1100 dansende bezoekers op maar het dak ging er pas echt af toen Ben achter de draaitafel ging staan! De vrijdag erna lekker uitgebrakt in het hostel en zaterdag in het pittoreske Tandapí nog een paar tosti’s naar binnen gewerkt (en tot nu toe nog niet ziek). Danny is dit weekend gelukkig ook weer heelhuids teruggekeerd uit de tropische regenwouden van Cuyabeno na ontmoetingen met een paar imposante diersoorten, dus wellicht volgende week nog een paar van zijn foto’s van daar!

Hasta la pasta!

 

 

Week 11: Los Holandeses

Afgelopen week was een week om nooit meer te vergeten.

Omdat het kamperen vorige week niet echt een succes was vanwege de regen, hebben Danny en ik  het deze week anders aangepakt. De weg naar de top hebben wij eerder al te voet, te auto en te motor afgelegd. Ditmaal was het dus tijd om de Lucky Luke in onszelf te ontketenen en te paard te gaan. Enrique had twee van zijn paarden van stal gehaald (‘een stelletje’ aldus Enrique, al zitten er in de toekomst geen jonge paardjes in omdat hengst Pinto zijn ‘huevos’ kwijt is). Nog voordat Enrique aan mij uit kon leggen hoe ik Pinto het beste kon besturen, besloot Pinto om, met mij angstig op zijn zadel zittend, een weiland met koeien in te galopperen. Daarna van de angst bekomen en het eerste stuk te paard naar camping 1 gereden. Op de helft van de route was Danny aan de beurt voor het stuk tot aan camping 2 op de top, terwijl Enrique op Pinto’s vriendinnetje reed. Eenmaal aangekomen op de top hebben wij samen met Enrique en Diego (die met de motor was) een dak van omgekapte bomen en plastic gemaakt, en hier onze tent onder gezet. Hierdoor bleef onze tent die nacht mooi droog.

Woensdag was een bijzondere dag. Die dag kregen wij voor het eerst sinds onze aankomst bezoek uit ons koude kikkerlandje. Het was de vader van Danny, Marcel, die ons voor een paar dagen kwam vergezellen om daarna een week met Danny naar het tropische regenwoud in het oosten van Ecuador te gaan. Om toch nog een beetje Sinterklaas te vieren, had de moeder van Danny ons chocoladeletters gegeven (bedankt Anja!).

Donderdag was voor mij persoonlijk een toffe dag. Zoals te zien is op de foto van de blog van week 8, had Milton in die week een vervelling (van 1,96 meter lang) van een fer-de-lance  gevonden. Een adder die beschouwd wordt als één van de gevaarlijkste slangen van het Westelijk Halfrond vanwege zijn gif, snelheid en onvoorspelbaarheid (https://en.wikipedia.org/wiki/Bothrops_asper)  .Na die vondst was ik al verscheidene keren op die plek gaan zoeken maar telkens tevergeefs. Wel gewapend met stevige laarzen en een extra broek, omdat veel mensen vanwege de lengte van de slang rond kniehoogte worden gebeten. Maar goed, donderdag dus ook weer even (met weinig hoop) wezen kijken op de plek, die overigens erg dicht bij ons kantoor ligt. Ik liep net het trappetje af toen ik in de lichtstraal van mijn Olight,ongeveer een meter van mij verwijderd, een donkere gedaante zag bewegen. Met mijn zaklamp ging ik de gedaante van begin tot eind af, maar er leek geen einde aan te komen. Het bleek het monster van de vervelling te zijn! Het dier was rustig maar toch voor de zekerheid maar even afstand genomen. Na een filmpje gemaakt te hebben (zie hieronder), snel de rest erbij gehaald om deze reus te bewonderen, wauw!

Dit weekend is Danny dus met zijn pa vertrokken naar het regenwoud en wij zijn erg benieuwd wat voor moois zij daar zullen aantreffen. Ingmar heeft Otavalo bewonderd, terwijl Huub en ik een weekendje Quito hadden geboekt. Vrijdagavond nog naar de film ‘Fantastic Beasts: The Crimes of Grindelwald’ in het IMAX-theater geweest, wat een hele aparte ervaring was. Zaterdag een beetje ontspannen en ’s avonds nog naar The Corner Pub geweest. Deze kroeg wordt gerund door een Nederlander en hier hebben wij genoten van bier, bitterballen en whiskey. Zelfs nog even gedart! Zondag stond een bezoek aan het Centro Jambatu op de planning. Dit onderzoekscentrum doet onderzoek naar het gebruik van chemicaliën afkomstig uit de huid van kikkers (bijvoorbeeld epibatidine, een pijnstiller afkomstig van een Ecuadoriaanse gifkikker, 200x sterker dan morfine), het kweken van bijna uitgestorven Ecuadoriaanse kikkersoorten (het functioneert dus als een soort ‘kikker-Ark van Noach’) en het verkopen van kikkers voor de dierhandel om zo leefgebied van deze kikkers te kunnen aankopen en het gigantische centrum draaiende te kunnen houden. Hier kregen wij een rondleiding van Lola Guarderas, die speciaal voor ons de deuren had geopend en ons een kijkje achter de schermen gaf. Het meest bijzonder vond ik toch wel om Atelopus ignescens in levende lijve te zien. Deze kikker was kwam vroeger veel voor in Ecuador, maar door ziektes was deze kikker voor het laatst in 1988 gezien. IUCN beschouwde de soort als zijnde uitgestorven, totdat een tienjarige Ecuadoriaanse jongen genaamd David (heel toevallig) in april 2016 (28 jaar nadat de kikker voor het laatst was gezien!) dichtbij zijn dorpje een populatie had gevonden en zo de beloning van 1000 dollar opstreek. Centro Jambatu heeft enkele individuen van deze populatie meegenomen en ermee gekweekt en zo het bestaan van deze soort veiliggesteld.

Hasta la pasta!